|
Reglement VrijeTijdsRuiters Kring Breda Algemene bepalingen 1. Er wordt gereden volgens de reglementen van de basisorganisaties, tenzij er in het "Reglement VrijeTijdsRuiters Kring Breda" anders wordt vermeld. 2. Alle rijdende leden van de aangesloten verenigingen mogen, als kringruiter, deelnemen aan de wedstrijden. Voor deelname aan wedstrijden zijn twee leeftijdscategorieën vastgesteld; Junioren 15 t/m 29 jaar Senioren 30 jaar en ouder Indien een organiserende wedstrijdvereniging gezinsleden jonger mee wil laten rijden op de wedstrijd mag dit, echter telt de uitslag van deze ruiters niet mee voor het kampioenschap. 3. Ruiters c.q. amazones, die deelnemen aan officiële wedstrijden van de basis- organisaties, mogen niet deelnemen aan VrijeTijdsRuiter-wedstrijden van de kring, ook niet met een ander paard. 4. Op de kringwedstrijden dienen ruiters, amazones en de commandant van een viertal in ruitertenue te verschijnen, de cap is altijd verplicht, ook tijdens het losrijden. 5. Alleen paarden met een stokmaat groter dan 1.478m. mogen aan de wedstrijden meedoen. Ook D-pony´s (1.378m.) mogen starten als de ruiter 15 jaar of ouder is. Kreupele paarden worden uitgesloten. Bij inschrijving dient de naam van het paard opgegeven te worden. Onvolledige inschrijvingen worden niet in de uitslagen c.q. kringstanden opgenomen. Steekproefsgewijs zal gecontroleerd worden op (chip), paspoort en enting. 6. In volgorde van het alfabet is iedere vereniging 1 jaar kringvoorzitter. Dit houdt in dat deze vereniging de puntentelling voor promotie en kampioenschap bijhoudt en na het zomerseizoen een feestavond met prijsuitreiking voor alle leden organiseert. 7. Het kringbestuur bestaat uit voorzittende vereniging (zie punt 6). Uit de kring worden twee technisch adviseurs (TA) aangesteld, die toezicht houden op de naleving van het reglement, onjuist ruitergedrag etc. De technisch adviseurs hebben een adviserende taak, de organiserende vereniging neemt de eindbeslissing. 8. Een aanvraag om lid te worden van de kring, moet schriftelijk worden ingediend bij de secretaris van het kringbestuur, over toelating wordt dan de eerstvolgende voor- of najaarsvergadering gestemd. 9. Ieder van de aangesloten verenigingen tracht voor de kring tenminste 1 zomer- en 1 winteractiviteit per kalenderjaar te organiseren. 10. Op de voorjaarsvergadering moeten de data voor de kampioenschapwedstrijden worden vastgesteld. Op de najaarsvergadering die voor de winterwedstrijden. 11. Deelnemers die zich afmelden na vrijdag 22. 00 uur, zijn verplicht alsnog het inschrijfgeld te voldoen. - Om de aanvang van de wedstrijden zoveel mogelijk te bespoedigen, dient de wedstrijd-
gevende vereniging haar eigen deelnemers als eersten in de diverse dressuurringen te laten starten. Tevens dient zij, direct na afloop van de wedstrijd, een afschrift van alle uitslagen, die mee- tellen voor het kampioenschap, aan de desbetreffende secretaris te overhandigen. Deze uitslagen dienen tevens ter plaatse getoond te worden aan de deelnemers. 13. Een zomerwedstrijd omvat ten minste de volgende onderdelen; -afdelingsdressuur viertallen, -individuele dressuur, -parade, -springen. Op elk concours dient EHBO aanwezig te zijn. 14. De dagindeling van een zomerwedstrijd kan als volgt ingedeeld zijn; -individuele dressuur en viertallen -1e manche springen 60-80 cm en 80-100 cm -parade met prijsuitreiking individuele dressuur en viertallen -2e manche springen 60-80 cm en 80-100 cm -prijsuitreiking springen (te paard) en afsluiting 15. VrijeTijdsRuiter-verenigingen, die op uitnodiging deelnemen aan wedstrijden van de kring Breda rijden volgens het reglement van kring Breda. 16. De wedstrijdgevende vereniging is verplicht juryleden in te lichten omtrent de bepalingen in het reglement. 17. Op alle wedstrijden wordt tenminste 1 prijs, alsmede 1 rozet per vier deelnemers toegekend. 18. In het zomerseizoen moet een deelnemer zijn prijs te paard afhalen. In het winterseizoen dient de prijs afgehaald te worden door de deelnemer, dan wel tenminste door een afgevaardigde van zijn of haar vereniging. 19. Kampioenschappunten worden alleen toegekend voor de wedstrijden, welke in de voorafgaande voor- of najaarsvergadering zijn beslist om mee te laten tellen. De puntentelling voor het kampioenschap is als volgt; -nummer 1 : 5 punten -nummer 2 : 4 punten, enz. Indien bij de eerste 5 een combinatie voorkomt, die geen lid is van de kring of een gezinslid jonger dan 15 jaar, wordt deze niet meegenomen in de puntentelling. (Zie punt 1). 20. De kampioenen en reserve-kampioenen krijgen bij de prijsuitreiking een beker, of iets dergelijks en een rozet. Dit geldt voor alle categorieën, inclusief het viertal. Bij een gelijk aantal punten is de laatste en eventueel voorlaatste wedstrijd beslissend. 21. De tussenstand voor het kampioenschap zal op de wedstrijd bekend gemaakt worden. 22. De puntentelling voor het kampioenschap geldt per combinatie. 23a. Binnen iedere klasse moet na afloop van het kampioenschap 20% (de best geklasseerde) van het aantal deelnemers (combinaties) VERPLICHT promoveren, ongeacht of men kampioen of reservekampioen is of niet. Tenminste indien er minimaal 5 combinaties in de desbetreffende klasse aan het kampioenschap hebben deelgenomen. In de praktijk komt dit neer op 1 stijger per 5 combinaties. Is het totaal aantal combinaties geen veelvoud van vijf, dan wordt er steeds naar beneden afgerond. Iedere combinatie mag nog wel altijd promoveren als ze dat zelf willen, maar zijn daar niet meer toe verplicht, behalve in bovengenoemde situatie. In de klasse M1 is het niet verplicht te promoveren. De klassen M1 en M2 worden voor het Kampioenschap gezamenlijk geteld. 23b. Een combinatie die op het einde van het kampioenschap niet aan een gemiddelde van 170 punten per wedstrijd komt en aan minimaal drie wedstrijden heeft deelgenomen kan –na voordracht door de eigen vereniging- vanwege de Kring de toelating krijgen om het volgend seizoen opnieuw 1 categorie lager te starten. 24. Ruiters en amazones van 60 jaar en ouder mogen per seizoen bepalen in welke klasse ze willen starten, dit geldt zowel voor de dressuur als voor het springen. Voor alle overige combinaties geldt dat, wanneer men eenmaal gestart is in een bepaalde klasse, men niet meer mag starten in een lagere klasse. 25. Combinaties welke verplicht moeten promoveren, moeten direct in het eerstvolgende seizoen in de nieuwe klasse uitkomen. 26. In de klasse B-dressuur is het gebruik van de martingaal toegestaan, in de overige klassen niet. VIERTALLEN 27. Verenigingen, die met 4 of meer combinaties aan een wedstrijd deelnemen zijn verplicht met minimaal 1 viertal uit te komen in de afdelingsdressuur. Een vereniging is gerechtigd haar sterkste viertal te formeren, ongeacht de leeftijd van ruiter of amazone. 28. Wanneer een vereniging in een eerste of volgende viertal een combinatie te weinig heeft, mag hiervoor een combinatie uit een ander viertal en/of vereniging gezocht worden. Het viertal moet tenminste uit twee combinaties van de eigen vereniging bestaan. Koppaarden mogen slechts eenmaal per wedstrijd als zodanig uitkomen. INDIVIDUELE DRESSUUR 29. Het is alleen bij het onderdeel dressuur toegestaan, dat twee ruiters c.q. amazones met hetzelfde paard in een categorie starten. Deze uitzondering geldt alleen indien er voor de betrokken ruiter of amazone geen ander paard beschikbaar is, hetgeen ter beoordeling is van de verenigingscommandant of het bestuur. 30. Het maximum aantal deelnemers per ring is gesteld op 30. De organiserende vereniging hoeft de wedstrijd niet door te laten gaan bij een aantal van 15 of minder deelnemers aan het onderdeel dressuur. 31. Iedere ruiter of amazone is zelf verantwoordelijk voor het starten in de juiste klasse; Bjunioren- Bsenioren- L1- L2- M1- M2. Dit ter beoordeling van de verenigingscommandant of het bestuur. 32. De klasse B is gesplitst in een klasse B-junioren en een B-senioren. Indien er minder dan 4 combinaties junioren zijn, dan mag de organiserende vereniging deze samenvoegen bij de senioren voor de dagprijs. Voor het kampioenschap tellen deze echter niet samen. In de overige klassen starten junioren en senioren samen. 33. Combinaties die ooit landelijk gestart zijn, zijn verplicht minimaal in de klasse L1 te starten. 34. De dressuurnummers worden gereden zoals door de basisorganisaties is aangegeven. Dit geldt zowel voor de individuele dressuur als voor de viertallen. SPRINGEN 35. De organiserende vereniging hoeft het onderdeel springen niet door te laten gaan bij een aantal van 5 of minder deelnemers. 36. Er wordt gesprongen in de categorieën 60-80 cm en 80-100 cm. 37. Er wordt gesprongen in twee manches, waarvan in de tweede manche de tijd meetelt. Voor klassering telt het totaal aantal strafpunten van beide manches. -Weigering; 1e = 4 strafpunten 2e = 8 strafpunten 3e = uitsluiting -Balk; 4 strafpunten -Vallen van ruiter en/of paard; uitsluiting -Fout parcours; uitsluiting -Hindernis voorbij gereden; telt als weigering 38. In de tweede manche worden alle hindernissen, met uitzondering van de eerste hindernis, op maximale hoogte gezet. Driesprongen zijn in beide manches niet toegestaan. 39. Er mag bij het springen geen maximale tijd worden gesteld. |