|
Geschreven door Administrator
|
|
dinsdag, 26 juni 2007 00:00 |
|
Voorbereiding op je eerste menwedstrijd Je wilt wedstrijden gaan rijden met je aanspanning, maar hoe pak je dat aan? Wil je alleen de onderdelen dressuur en vaardigheid rijden of durf je ook samengestelde wedstrijden aan? Hieronder vind je een korte uitleg over de puntentellingen en de klasses van de verschillende disciplines.
Dressuur Bij de dressuurwedstrijden voor mennen rijd je als bij dressuur onder het zadel een proef in de klasse waarin je geklasseerd bent. B (beginners), L (leerzaam), M (moeilijk), Z (zwaar) en ZZ (dubbel zwaar). De winstpuntenregeling voor de dressuur: 60 tot 65 procent = een winstpunt 65 tot 70 procent = twee winstpunten 70 procent of hoger = drie winstpunten Naast winstpunten kun je bij het mennen ook verliespunten krijgen: 40 tot 45 procent = een verliespunt 35 tot 40 procent = twee verliespunten minder dan 35 procent = drie verliespunten. In de klasse B: bij vijf winstpunten mag je over naar de klasse L en bij 20 winstpunten moet je over naar de volgende klasse. Vanaf klasse L: bij tien winstpunten mag je overstappen en bij 30 winstpunten moet je naar de hogere klasse.
Vaardigheid Iedere vaardigheidswedstrijd bestaat uit een pacours dat is afgebakend met plastic kegeltjes. Op iedere kegel ligt een tennisbal, de menner moet tussen de kegeltjes door rijden zonder dat de balletjes vallen. Hiermee test je de gehoorzaamheid van het paard en de stuurmanskunsten van de menner. Vaardigheidswedstrijden heb je in de klasses L, M en Z. De puntentelling voor de vaardigheid: Foutloos pacour en voldoende voor de wijze van rijden = twee winstpunten Een half tot vier strafpunten en voldoende voor de wijze van rijden = een winstpunt In de klasse M en Z geldt dezelfde regeling, alleen is een voldoende voor de wijze van rijden dan niet meer nodig. De verliespuntentelling voor de vaardigheid: Meer dan 14 strafpunten boven het aantal van de winnaar = een verliespunt Het rijden van een verkeerd parcours of het vrijwillig beƫindigen = een verliespunt Meer dan 28 strafpunten boven het aantal van de winnaar = twee verliespunten Alle uitsluitingen, met uitzondering van kreupelheid = twee verliespunten. De promotie is bij iedere klasse hetzelfde: bij tien winstpunten mag je over en bij 20 winstpunten moet je over.
Marathon De marathon bestaat uit drie trajecten over de weg en door het terrein. Elk traject moet in een bepaalde tijd worden afgelegd. Het meest spectaculair is het laatste traject, waarin zes (vaak basiswedstrijden), zeven of acht hindernissen (nationaal en internationaal) zijn opgenomen. De hindernissen hebben natuurlijke en kunstmatige obstakels zoals bomen, heuvels, waterplassen en palen. De menner moet deze hindernissen zo snel mogelijk nemen. Daarbij komt het vooral aan op snelheid en wendbaarheid van het paard en het sturen van de menner. De groom staat achterop het rijtuig en houdt het in evenwicht door zijn gewicht te verplaatsen. Ook helpt hij de menner met het onthouden van de route in de hindernis. Strafpuntenregeling marathon: Voor de tijdsoverschrijding in de trajecten = 0,2 per seconde Te snel finishen = 0,1 per seconde Iedere seconde dat de aanspanning in een hindernis is = 0,2 per seconde |